Project James Durham

Christus gekruist

James Durham (1622-1658)

 

James Durham was een Schotse predikant uit de 17e eeuw, en een tijdgenoot van William Guthrie, Andrew Gray en Samuel Rutherford. 

De eerste Nederlandse vertaling van dit boek verscheen in 1752, waarin de 72 preken waren ‘geschikt en afgedeeld’ in 32 predikaties. In 1926 verscheen een herdruk van dit boek, en daarna volgden nog verschillende fotografische herdrukken van deze laatste uitgave.

In deze nieuwe vertaling zijn de preken teruggebracht tot hun oorspronkelijke vorm van 72 preken.

 

Uit het voorwoord van de Schotse uitgave van 1683, waarin de schrijver van het voorwoord de gemeente van Glasgow toespreekt:

‘U zult uzelf iedere keer opnieuw in deze preken beschreven zien overeenkomstig uw geestelijke staat en de verschillende toestanden en gevallen van uw ziel, waardoor u wonderlijke ontdekkingen van uzelf zult kunnen ontvangen. Ik betwijfel daarom of er onder al de duizenden inwoners van Glasgow wel één ziel gevonden wordt die door het lezen van deze preken zich niet overeenkomstig zijn staat en toestand zal voelen aangesproken, en wel op zulke wijze alsof de predikant een bijzondere kennis gehad heeft van de persoon en zijn geestelijke toestand, en hij hem bij name genoemd had.’

 

Uit het voorwoord van de Engelse uitgave van 1723:

‘De werken van deze zeer godvruchtige en geleerde auteur zijn zo bekend, en hebben zo’n goede reputatie gekregen in Gods Kerk, dat er niets meer nodig is om dit boek aan te prijzen, dan te zeggen dat het geschreven is door Mr. James Durham. Al de geschriften van Durham leggen een getuigenis af van hun uitnemende nuttigheid en dienst voor de harten en gewetens van alle ernstige en ervaren christenen. Sommige van zijn geschriften leiden ons in de zin en mening van de Heilige Geest in het profetische boek van de Openbaring en het mystieke Hooglied van Salomo, waarvan, zoals bekend, de auteur uitgebreide verklaringen gegeven heeft. Een ander geschrift is een uiteenzetting van het grote en heerlijke geheim van onze verlossing door de dood en het lijden van onze Heere Jezus Christus. Deze uiteenzetting geeft de auteur in deze preken over het gehele 53ste hoofdstuk van Jesaja, een werk dat (als het toegestaan is om een vergelijking te maken) al zijn andere geschriften op zijn minst evenaart, zo niet overtreft.’

 

Fragment uit de 27e preek over Jesaja 53:6:

Kan er een grotere en zuiverdere barmhartigheid zijn dan dat de Heere grote zondaars wil genadig zijn, die zich een ieder gekeerd hebben naar hun eigen weg, dat Hij in zulk een Middelaar voorziet, dat Hij zo’n hulp voor hen beschikt, en dat Hij ‘die hulp besteld heeft bij Eén Die machtig is’ (Ps. 89:19, Engelse vertaling), en dat Hij dit alles doet (het zij met eerbied gesproken) uit eigen beweging toen de uitverkorenen in hun zonden lagen, en toen er niets aanwezig was om er de bewegende en verdienende oorzaak van te zijn; en dat de Vader het gewicht van de straf op Christus, de Zoon van Zijn liefde, gelegd heeft, en dat Hij Hem met zo’n heilige gestrengheid vervolgd heeft vanwege de schuld van zondaars? O welk een genade en barmhartigheid komen hier luisterrijk tevoorschijn!

De vlekkeloze rechtvaardigheid van God komt hier ook op wonderlijke wijze openbaar. O, hoe nauwgezet is deze rechtvaardigheid, toen zij niet één penning wilde kwijtschelden van de tweede Persoon van de Godheid, toen Hij mens en Borg voor de mensen werd. Maar omdat Hij Zichzelf in de plaats van zondaars gesteld heeft, heeft de HEERE al hun ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Dit is tot stof van verwondering voor mensen en engelen om te zien hoe de rechtvaardigheid en genade in één kanaal stromen en in één verbond schitteren, zonder dat de een inbreuk maakt op de ander.

(..) Zie hier ook de absolute noodzakelijkheid om deel te hebben aan Christus’ genoegdoening, en dat uw aandeel daarin u toegebracht wordt door dit verbond. Weet dat u anders rekenschap zult moeten afleggen van uw eigen zonden, en in dat geval moeten wij u zeggen: wee u voor eeuwig! Begeef u daarom tot de Middelaar opdat u door Zijn ogenzalf ziende gemaakt mag worden, opdat u door Zijn goud mag worden verrijkt, en opdat u door Zijn klederen mag worden bekleed, zodat de schande van uw naaktheid niet geopenbaard worde, en opdat u door Zijn kennis gerechtvaardigd geworden zijnde, bevrijd mag worden van de toekomende toorn; anders moet en zult u voor eeuwig daaronder liggen.

 

Fragment uit de 12e preek over Jesaja 53:1:

Het geloof verwelkomt Christus, en wil niets in het hart toelaten dat tegen Hem in opstand komt of dat Hem onbehaaglijk is. Het geloof maakt gebruik van Christus om de begeerten ten onder te brengen en om de verdorvenheden te doden, terwijl er tevoren mogelijk een fraaie uitwendige belijdenis en een zekere uitwendige reinheid, en veel vuilheid en verdorvenheid van binnen geweest is. Maar wanneer het geloof in Christus geoefend wordt, dan reinigt het zowel van alle besmetting van de geest als van het vlees, het past de beloften tot dat doeleinde toe om het zowel van binnen als van buiten te reinigen. Ja, het voornaamste werk van het geloof is om het hart van binnen gereinigd te krijgen, aangezien dat de bron is van alle verontreiniging die de mens bevlekt en noodzakelijk de uitwendige onreinheid met zich meebrengt. Heb een afkeer van een geloof dat het hart een zwijnenstal laat voor zijn lusten, dat het met allerlei onreine en ijdele gedachten bezet doet blijven, of dat het laat zoals het tevoren was. Heb ook een afkeer van een geloof dat alleen de buitenkant reinigt en niets meer. Zo’n geloof, hoewel geacht bij de mensen, zal nooit door God voor een waar zaligmakend geloof gehouden worden. 

Ik zeg niet, ook durf ik niet te zeggen, dat gelovigen deze reinheid van het hart altijd in zichzelf onderscheiden kunnen. Maar dit zeg ik, dat het ware geloof de mens ertoe zal zetten om het hart te reinigen en om van Christus tot dat doel gebruik te maken, niet alleen om de heerschappij van de zonde verbroken te krijgen, maar ook om de ziel hoe langer hoe meer verlost te krijgen van de inwonende kracht van de zonde. En dit zal het oprechte doel zijn, om zowel het hart van binnen als de levenswandel van buiten gereinigd te krijgen. Zowel de gruwelen van het hart, als de ergerlijke uitbrekingen van de zonde zullen voor hem smartelijk, drukkend en bezwarend zijn. 

Durham_Titelblad_Nederlands_1752.jpg