Eerste, middelste en laatste dingen

door Isaac Ambrosius (1604-1664)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een nieuwe vertaling uit het Engels

van Prima, media and ultima; the first, middle and last things, 1757

 

Dit werk wordt uitgegeven in samenwerking met Uitgeverij De Banier

en zal DV 2020 verschijnen.

 

Isaac Ambrosius, een puriteins predikant in Engeland, leefde van 1604 tot 1663. Zijn vader, door wie hij gedoopt werd op 29 mei 1604, was predikant te Ormskirk. Ambrosius studeerde theologie in Oxford en werd in 1627 bevestigd in zijn eerste gemeente, Castleton (Derbyshire). In 1631 ging hij in Garstang (Lancashire) wonen toen hij werd benoemd tot een van de vier predikanten van de koning in dat gebied. Zijn laatste standplaats was Preston.

 

Ambrosius had de gewoonte om zich eens per jaar gedurende ongeveer een maand terug te trekken in afzondering, om te mediteren en te schrijven. Hij verbleef dan in eenzaamheid in een hut in de bossen.

 

In de tijden van vervolgingen van de puriteinen in Engeland bleef ook Ambrosius de gevangenschap niet bespaard. Drie maal verkeerde hij enige tijd in de gevangenis. In 1662 behoorde hij tot de ruim tweeduizend predikanten en ambtsdragers die weigerden zich aan de Act of Uniformity te onderwerpen, en daardoor hun predikantsplaats, woning en inkomen verloren. Ambrosius stierf in 1663.

 

Ambrosius is het meest bekend geworden door zijn werk Het zien op Jezus (Looking unto Jesus) dat voor het eerst in 1658 verscheen, en in een Nederlandse vertaling van de hand van Joannes Lampe voor het eerst in 1664. Ambrosius zelf beschouwde Het zien op Jezus als een aanvulling op zijn werk Prima, media et ultima (De eerste, middelste en laatste dingen), dat voor het eerst uitkwam in 1640, en dat met name op het middendeel (Media) waarin hij aanwijzingen geeft tot het gebruik van de middelen in beoefenen van de godzaligheid. Het zien op Jezus, het overdenken van Zijn Persoon en werk, werd door Ambrosius als de ‘plicht der plichten’ beschouwd.

 

De eerste, middelste en laatste dingen

In 1640 verscheen de eerste editie van het werk (met als ondertitel Regeneration Sermons) dat in de editie van 1650, in uitgebreidere vorm,  verscheen onder de titel:

 

Prima, Media et Ultima, or the First, Middle and Last Things, containing:

Part I. The Doctrine of Regeneration, the beginning of a Godly Life.

Part II. The Means, Duties, Ordinances, both Secret, Private and Publick; for continuance and increase of a Godly life once begun, till we come to Heaven.

Part III. Meditations on Life, Death, Judgment, Hell, the Sufferings of Christ, and Heaven.

 

Ambrosius beschrijft in het eerste deel hoe de Heere een dode zondaar door de genade van wedergeboorte levend maakt. Hij onderscheidt acht trappen in de wedergeboorte.

Ambrosius beschrijft daarin helder en pastoraal hoe de zondaar eerst overtuigd wordt van zonde, maar geeft tegelijk aan dat er ook overtuigingen van zonde kunnen zijn in onwedergeborenen. Er zal tenminste een ware honger en dorst naar Christus in de ziel geschonken moeten zijn, voordat een ziel kan weten wedergeboren te zijn.

 

Ambrose schrijft: ‘Van ieder ziel wordt zoveel vereist: 1. Een waar berouwvol gezicht op, gevoel van, en haat tegen alle zonde. 2. Een oprechte, niet te lessen dorst naar Christus, en naar toegerekende en inwonende (‘imputed and inherent’) gerechtigheid. 3. Een ongeveinsde en onvoorwaardelijke vastberadenheid tot een algehele nieuwe gehoorzaamheid voor de tijd die volgt. Indien iemand deze genegenheden en werkingen in zijn ziel ondervindt, wat ook de orde of de mate (minder of meer) is, hij is veilig genoeg en mag vertroost op dit heilig pad voortgaan.’

 

Ambrosius spoort vervolgens de onwedergeborenen ernstig aan om ernaar te staan deze genade te mogen ontvangen. De puritein Ambrosius laat er geen twijfel over bestaan dat de wedergeboorte een eenzijdig Godswerk is, maar hij benadrukt ook dat de mens gebonden is aan de middelen die God gegeven heeft.

 

Dat komt ook duidelijk naar voren in het middendeel Media waarin Ambrosius Gods kinderen als aan de hand neemt om hen raad te geven op welke wijze zij hun godsdienst in de praktijk dienen te brengen, in het betrachten van zelfverloochening, de huisgodsdienst, de deelname aan de sacramenten en het gebed.

 

In het laatste deel, Ultima, schrijft Ambrosius op ernstige en indringende wijze over de laatste dingen: het oordeel, de verschrikkingen van de hel, de hemelse zaligheid, alsook over het lijden van Christus tot reinigmaking van de zonden van Gods kinderen (n.a.v. Hebr. 1:3 nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht heeft).

 

Tenslotte: Ambrosius is de laatste om de indruk te wekken dat hij in dit werk iets nieuws geleerd heeft. In zijn voorwoord schrijft hij dat hij gebruik heeft gemaakt van werken van ‘Angler, Ash, Ball, Bolton, Burroughs, Byfield, Downham, Dyke, Goodwin, Gouge, Hooker, Leigh, Mason, Rogers, Shepherd, Torshel, White etc.’

 

Simon Oomius en Matthias Nethenus voorzagen de Nederlandse vertaling van een voorwoord met aanbeveling. Simon Oomius besluit zijn voorwoord met: ‘Dat dit wel bearbeyt Boeck, ’t welke nu in alle Landpalen Israëls wort uyt-gesonden, mach gesegent worden, ende soo dienen tot de vervorderinge van Gods eere, in de verbeteringe van sijne kinderen, ende opbouwinge van het lichaem Christi. Dit is den hertelicken wensch ende smeeckinge, van uwen Dienst-bereyden in den Heere, S. C. O.’

©  Stichting Gereformeerd Erfgoed. All Rights Reserved   

Stichting  Gereformeerd  Erfgoed 

heeft  de status 'culturele ANBI'