Het Hooglied van Salomo

Abraham Hellenbroek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een zorgvuldige hertaling van de  Oudnederlandse uitgave van 1718

 

Vers voor vers wordt verklaard in verhandelingen die qua omvang het midden houden tussen een meditatie en een preek.

Zeer geschikt voor Bijbelstudie, maar vooral ook als meditatie 'onder bijzondere snippertijden', zoals de auteur het noemt.

Ofwel op de stille momenten van de dag.

 

 

 In voorbereiding, verschijnt DV 2021

in samenwerking met Uitgeverij Gebr. Koster

 

 

 

De Kruistriomf van Vorst Messias

Abraham Hellenbroek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Kruistriomf van Vorst Messias is - naast het bekende vragenboekje - een van de meest gelezen werken van ds. Hellenbroek. Het bevat  een lezenswaardige voorrede, geschreven door zijn neef Frederik Hendrik Hellenbroek. Daarna volgen er 48 lijdenspredicaties. Deze preken zijn zeer aan te aanbevelen voor persoonlijke meditatie in de lijdensweken en Avondmaalstijden. Bovendien zijn de preken ook goed geschikt voor leesdiensten.

 

Reeds verschenen in samenwerking met Uitgeverij Gebr. Koster

Prijs € 34,95

 

 

Ook leverbaar via de boekhandel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Korte levensschets van Abraham Hellenbroek (1658-1731)

Abraham Hellenbroek, geboren op 3 december 1658 te Amsterdam, is een van de laatste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie.

Zijn ouders behoren tot de welgestelde burgerij. Al vroeg leert Abraham de eerste vaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Hij moet een pientere leerling zijn geweest. Van zijn 10e tot zijn 15e jaar bezoekt hij de Latijnse school. Hierna bezoekt hij de Illustere School in Amsterdam. Daar wordt hij onderwezen in de Griekse, Hebreeuwse en Latijnse taal, retorica, filosofie, letterkunde en geschiedenis. Een brede en grondige studie dus.

In 1677 verlaat de bijna 19-jarige Abraham Hellenbroek Amsterdam om aan de Universiteit van Leiden verder te studeren. Hij studeert hier filosofie, totdat de Heere zijn hart neigt om theologie te gaan studeren. Nadat hij hier vijf jaar gestudeerd heeft, doet hij in 1682 examen, waarbij hij bevorderd wordt tot proponent. Vacante gemeenten kunnen nu een beroep op hem uitbrengen.

Zijn eerste gemeente wordt Zwammerdam. Na zeven jaar te Zwammerdam te hebben gepreekt, wordt hij van deze gemeente als het ware afgescheurd.  Hij vertrekt echter zegenrijker dan dat hij er kwam. Ds. Alardus Tiele, zijn biograaf,  schrijft daarover het volgende: 'Het behaagde de Algenoegzame Zich aan zijn ziel te openbaren door hem in het zevende jaar van zijn bediening door een krachtdadige bekering met een Vaderlijke hand in de binnenkameren van Zijn eeuwige liefde en ontfermende genade krachtdadig in te leiden.'

Preekte hij eerst met zijn verstand, nu krijgen zijn preken andere accenten. Hij gaat ‘beschaafder preken om aan ieder zijn bescheiden deel te geven’. Hij roept op tot bekering, versterkt de gewonde zielen met 'de zielverkwikkende genadebalsems', beurt vermoeiden van geest op en leidt hen naar ‘de stille wateren van Jehovah’s levendmakende heilbronnen’.

Na Zwammerdam dient hij de gemeenten Zwijndrecht en Zaltbommel. Vanaf 1695 dient hij zijn laatste gemeente, Rotterdam. Hier wordt hem in 1728 eervol emeritaat verleend. Op 16 december 1731 overlijdt Abraham Hellenbroek en mag hij ingaan in de rust die er overblijft voor het volk van God.

 

Zijn geschriften

Hellenbroek heeft twee exegetische werken geschreven, De Evangelische Jesaja en Het Hooglied van Salomo. Na zijn overlijden zijn er door zijn neef Frederik Hellenbroek verschillende predicaties van Abraham uitgegeven, Bijbelse Keurstoffen, Nuttige mengelstoffen en De Kruistriomph van Vorst Messias.

Zijn meest bekende werkje is het Voorbeeld der Goddelijke waarheden voor eenvoudigen die zich bereiden tot de belijdenis des geloofs.

 

Het Hooglied van Salomo

Alles wat in het Hooglied beschreven wordt, staat in het teken van de liefde tussen de Bruidegom en Zijn bruid.

In Hellenbroeks uitvoerige verklaring op het bijbelboek Hooglied krijgt het geestelijke, bevindelijke leven veel aandacht.

In de ´opdracht´ van het eerste deel aan zijn zwager en schoonzus Johan van der Hoeven en Adriana van der Kloot schrijft Hellenbroek dat in dit boek ´verborgenheden´beschreven zijn. Hij verwijst hierbij naar wat Paulus schrijft in Efeze 5:32, ‘Deze verborgenheid is groot’. Hellenbroek geeft hiermee aan dat er een andere, diepere en geestelijke werkelijkheid is, dan die letterlijk beschreven wordt. Het hele Hooglied ‘is niet anders dan een lofdicht ter verheffing van het geestelijke huwelijk tussen Jezus en Zijn bruid en ter opening van de liefdesverborgenheden daarin tussen dat Koninklijke liefdespaar’.

Die geestelijke huwelijksband houdt in dat de woorden niet gelezen moeten worden in de lichamelijke betekenis. ‘Hier is geen vereniging van vlees, maar van Geest. Kussen en omhelzingen niet van mond en handen, maar enkel van het hart, onzichtbaar zielewerk’.

 

Het grote doel dat Hellenbroek met dit boek op het oog had was ‘de verborgen wegen van Jezus aan het hart en die van het hart met Jezus, ter verwakkering, besturing en verkwikking van Jezus’ gunstgenoten, te ontdekken’.

Als deze Hoogliedverklaring haar 'onder bijzondere snippertijden, in het heilig eenzaam, tot verwakkerde opleiding, tot levendige werkzaamheid en tot hartelijke liefdesontvlamming mag zijn, zal het mij genoeg loon op mijn arbeid zijn’.

 

Evenals in zijn andere werken roept Hellenbroek in zijn verklaring op het Hooglied onbekeerden op tot bekering. Daarnaast vertroost en bemoedigt hij de gelovigen. Ook het onderscheid tussen algemene en bijzondere werkingen van de Heilige Geest komt aan de orde. Regelmatig voegt Hellenbroek elementen uit de geloofsleer in zijn verhandelingen in.

Hellenbroek realiseerde zich ook dat er trappen zijn in de geestelijke genietingen. Op pastorale wijze spreekt hij ook twijfelende gelovigen aan. Zo blijkt dat Hellenbroek, ook in zijn verklarende geschrift over het Hooglied, een herder en leraar was die aandacht besteedde aan de diverse aspecten van zielszorg.

 

Bron:

- Fieret, W. Abraham Hellenbroek, evangeliedienaar in een veelbewogen tijd, Houten 2009

Hellenbroek-avond - DV21 febr. 2019.jpg

©  Stichting Gereformeerd Erfgoed. All Rights Reserved   

Stichting  Gereformeerd  Erfgoed 

heeft  de status 'culturele ANBI'